HomeNieuwsVerkiezingsprogramma 2018 2022

Verkiezingsprogramma 2018 2022

Publicatiedatum: 3 mrt. 2018


Gemeente Kapelle

Een (ge)zinvolle samenleving


Verkiezingsprogramma 2018-2022

Inhoudsopgave .................................................................... 2
1. Inleiding ................................................................... 4
2. Kernwaarden & drijfveren ............................................. 5
Liefde tot God en elkaar .........................................................................................5
Liefde voor de dienst aan God ..................................................................................5
Liefde voor de dag van God .....................................................................................5
De overheid in dienst van God ..................................................................................6
Liefde voor gestorven medemensen ...........................................................................6
Onderdak voor mensen in nood .................................................................................6
Rentmeesterschap ................................................................................................6
3. Bestuur en ondersteuning ............................................. 8
Interactie met de burger ........................................................................................8
Besturen mét de samenleving ..................................................................................8
Verbinden ..........................................................................................................8
Zichtbaarheid ......................................................................................................8
Integriteit ..........................................................................................................9
Samenwerking zoeken ............................................................................................9
4. Veiligheid ................................................................ 11
Preventie ......................................................................................................... 11
Politie ............................................................................................................. 11
Brandweer ........................................................................................................ 12
Asielbeleid........................................................................................................ 12
5. Verkeer en vervoer .................................................... 13
6. Economie................................................................. 14
De economie van de toekomst ................................................................................ 14
Zorg voor ondernemers ........................................................................................ 14
Visie op arbeidsmarkt .......................................................................................... 15
Zondagsrust ...................................................................................................... 15
7. Onderwijs ................................................................ 16
Onderwijshuisvesting ........................................................................................... 16
Onderwijsachterstanden tegengaan ......................................................................... 16
Thuiszitters en thuisonderwijs ................................................................................ 16
Leerlingenvervoer ............................................................................................... 17
3
Onderwijs en zorg ............................................................................................... 17
Integrale kindcentra ............................................................................................ 17
8. Sport, cultuur en recreatie ........................................... 19
Sport ............................................................................................................... 19
Cultuur ............................................................................................................ 19
Archeologie en erfgoed ........................................................................................ 19
9. Sociaal domein .......................................................... 21
Jeugdzorg ......................................................................................................... 21
Zorg en welzijn (Wmo) ......................................................................................... 21
Werk en inkomen................................................................................................ 22
10. Volksgezondheid en milieu ........................................... 24
Volksgezondheid................................................................................................. 24
Milieu en leefomgeving ........................................................................................ 24
Beheer van openbare ruimte .................................................................................. 24
Milieu en afval ................................................................................................... 25
Duurzame energievoorziening ................................................................................ 25
11. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing ............................................................. 27
Ruimtelijke ordening ........................................................................................... 27
Volkshuisvesting ................................................................................................. 27
Stedelijke vernieuwing ......................................................................................... 28

4


1. Inleiding
Voor u ligt het verkiezingsprogramma van de Staatkundig Gereformeerde Partij in de gemeente Kapelle. Dit programma is de basis voor het handelen van de fractie in de gemeenteraad voor de periode 2018–2022. Als de SGP deelneemt aan de gesprekken over een coalitie, zal dit verkiezingsprogramma voor de onderhandelaars leidend zijn.
In de tijd voor de verkiezingen zal de SGP aandacht vragen voor 3 hoofdthema’s:
1. Gezin – als veilige haven voor jongeren
2. Gezin – als thuis voor volwassenen
3. Gezin – als steunpilaar voor ouderen
Het gezin is in de optiek van de SGP de kleinste vorm van een samenleving in de samenleving. Man en vrouw en de hun gegeven kinderen is Bijbels gezien de meest wenselijke gezinsvorm. Het gezin moet voor de kinderen een veilige haven zijn, voor de volwassenen een thuis, en een steunpilaar voor hen die hulp nodig hebben.
Hoe kleiner de kinderen zijn, hoe meer hulp ze nodig hebben van volwassenen. Een liefdevolle plek om op te groeien, om te ontwikkelen, om voorbereid te worden op het zelf een plaatsje innemen in de maatschappij: dat plekje is het gezin. Als dit plekje niet door de ouders gerealiseerd kan worden, om welke reden dan ook, dan komt de omgeving in beeld om deze veilige haven te creëren. Als ook dat niet lukt, dan staat de gemeente klaar om hulp te bieden, zowel aan het kind als aan de ouders.
Als jongeren de weg naar zelfstandigheid hebben doorlopen en uitvliegen, dan moeten ze voldoende bagage hebben meegekregen om als volwassen mannen of vrouwen in de samenleving een plaatsje te vinden, een eigen plekje op de aarde, een plekje om uit te rusten van het werk, een plekje om te genieten van de schepping, een plekje om lief te hebben, een plekje om waarden en normen door te geven aan anderen, een plekje om liefde te geven en te ontvangen, om te lachen en te huilen: een eigen ‘thuis’.
Wanneer het leven moeilijker gaat en iemand zelf minder kan, dan is daar het gezin om op terug te vallen: hulp van de partner, hulp van de kinderen, hulp van de kleinkinderen. Als we geen beroep meer kunnen doen op het eigen gezin, dan nemen andere gezinnen deze hulp over. Als ook dat niet lukt, dan is de gemeente een vangnet.
Het gezin staat centraal in ons programma; het gezin staat centraal in ons leven. De SGP staat voor politiek, gebaseerd op de Bijbel. In de Bijbel lezen we over de HEERE, de Schepper van hemel en aarde. Zijn zegen is onmisbaar in de gezinnen. Zijn zegen is onmisbaar in de gemeente Kapelle. Daarom is het niet alleen belangrijk dat we aan het begin van elke gemeenteraadsvergadering om Zijn zegen vragen, maar ook dat we dat persoonlijk elke dag opnieuw doen. Daar zal Kapelle goed mee zijn!
Deze inleiding vormt het fundament voor de komende raadsperiode. De praktische uitwerking voor onze gemeente leest u in de volgende hoofdstukken.


5


2. Kernwaarden & drijfveren
De SGP is een christelijke partij. Zij baseert haar politieke visie op de Bijbel en de gereformeerde belijdenisgeschriften. De SGP staat hiervoor, want het christelijk geloof is waardevol en biedt een moreel fundament voor het leven en voor de politiek. De SGP ziet de overheid als dienares van God, die zich inzet voor het belang van burgers.
Liefde tot God en elkaar
‘Liefde’ is het centrale thema van het christelijk geloof. We moeten God liefhebben boven alles en onze naaste liefhebben als onszelf. God wil een leven volgens christelijke normen en waarden zegenen; dat heeft het verleden vaak bewezen. Een leven volgens christelijke normen en waarden is goed voor de gehele samenleving. Tegelijkertijd kan daardoor ieder mens tot zijn recht komen. Daarom staat de SGP voor politiek volgens de Bijbelse norm. Het christelijk geloof biedt heldere richtlijnen voor het maatschappelijke leven. In de Bijbel lezen we hoe God wil dat wij ons gedragen ten opzichte van Hem en van onze medemensen. De SGP vindt een respectvolle omgang met elkaar daarom erg belangrijk.
Concreet:
 geen gokhallen, bordelen en seksinrichtingen binnen onze gemeentegrenzen;
 vervroegde sluitingstijden voor de horeca (24.00 uur);
 geen aanstootgevende reclame.
Liefde voor de dienst aan God
De SGP staat voor een overheid die het welzijn van burgers vanuit christelijke waarden en normen wil dienen. Godsdienstvrijheid en gewetensvrijheid zijn belangrijke waarden. Toch betekenen ze niet dat alle godsdiensten zich op dezelfde manier in de openbare ruimte kunnen uiten. Onze geschiedenis en cultuur zijn immers gestempeld door het christendom.
Concreet:
• handhaving van het ambtsgebed;
• kerkgenootschappen betrekken bij maatschappelijke vraagstukken;
• terughoudendheid bij bouwplannen voor moskeeën.
Liefde voor de dag van God
God heeft in Zijn wijsheid een rustdag aan de mens gegeven. Die rustdag is bedoeld om God en elkaar te dienen. De zondag is in de christelijke traditie een rustdag. Daarom is de SGP principieel tegen (sport)evenementen en winkelopenstelling op zondag. De overheid moet zorgen voor de randvoorwaarde van de zondagsrust, zodat de burger de zondag als een dag van afzondering kan gebruiken. Ook vanuit maatschappelijk oogpunt is het belangrijk om wekelijks een rustdag te hebben. Daardoor nemen ons welzijn en onze gezondheid toe. Omdat vooral de grotere winkelketens op zondag opengaan, neemt ook nog eens de keuzevrijheid van werknemers en ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf af.


6


Concreet:
 geen koopzondagen: winkels zijn dicht op zondag;
 geen dwang voor winkeliers om op zondag open te zijn;
 geen (sport)evenementen op zondag;
 geen activiteiten door de gemeente op zondag.
De overheid in dienst van God
De SGP gelooft dat de overheid Gods goede geboden inhoud moet geven in het maatschappelijke leven. De SGP wil daarom geen overheidsgeld besteden aan zaken die haaks staan op de Bijbelse boodschap.
Concreet:
• Doelstellingen en activiteiten van subsidieontvangers zijn niet in strijd met met de Bijbel.
• Ook organisaties met een levensbeschouwelijke identiteit komen in aanmerking voor gemeentelijke subsidies.
• Geen subsidie voor zondagssport.
Liefde voor gestorven medemensen
De SGP is principieel voor begraven. In het graf rusten gestorvenen tot de wederkomst van Christus. Het gemeentebestuur zorgt voor voldoende en gepaste gelegenheid om te begraven.
Concreet:
• Tarieven voor de begraafrechten moeten laag genoeg zijn, zodat iedereen grafrechten kan kopen.
• Algemene begraafplaatsen moeten goed onderhouden worden. De dienstverlening vanuit de gemeente rondom begrafenissen moet op niveau blijven.
Onderdak voor mensen in nood
De Bijbel geeft ons opdracht om gastvrij te zijn voor vluchtelingen en mensen in nood. De opvang van vluchtelingen moet in balans zijn met de belangen van de eigen bevolking.
Concreet:
• De opvang van vluchtelingen moet passen bij aard en schaal van de gemeenschap.
• Betrek het maatschappelijk middenveld bij de opvang van vluchtelingen.
• Zorg voor een zinvolle dagbesteding voor vluchtelingen.
• Waarborg de veiligheid van vluchtelingen en burgers.
Rentmeesterschap
God heeft de aarde aan de mens toevertrouwd om die te bebouwen en te bewaren. Goed rentmeesterschap is daarom belangrijk. We mogen van de vruchten van de aarde genieten, maar moeten de natuurlijke bronnen niet uitputten. We willen als goede beheerders zorgen voor de schepping.


7


Concreet:
• De gemeente moet investeren in duurzaamheid.
• Er moet een integraal milieubeleid worden onderhouden. 1
1 Zie hoofdstuk 10 voor verdere uitwerking.


8


3. Bestuur en ondersteuning
Interactie met de burger
Veel burgers ervaren een kloof tussen het bestuur en de burger. Die kloof wordt een dringend probleem gevonden dat zelfs de representativiteit van ons stelsel zou ondergraven. De SGP vindt het erg belangrijk dat deze kloof wordt overbrugd. Bestuurders moeten daarom zorgvuldig luisteren en actief betrokken zijn op het geheel van de samenleving.
Concreet:
 Het gemeentebestuur zoekt actief contact met de samenleving en luistert naar gevoelens en argumenten.
 Het gemeentebestuur is allereerst verantwoordelijk voor het ’algemeen belang’, dat in strijd kan zijn met individuele belangen.
 Het gemeentebestuur motiveert tegenover de samenleving welke keuze het maakt.
Besturen mét de samenleving
Het gemeentebestuur hoeft zijn publieke taak niet alleen uit te oefenen. Wat de burger zelf kan aanpakken, zal de overheid niet overnemen. Veiligheid, leefbaarheid en zorgaanbod vormen kerntaken van de gemeente.
Concreet:
 Het gemeentebestuur oefent zijn kerntaken uit met de samenleving.
 Het gemeentebestuur stimuleert en ondersteunt maatschappelijke en particuliere initiatieven bij de uitoefening van deze kerntaken.
 Het gemeentebestuur biedt ruimte voor het ’zelforganiserend vermogen‘ van de samenleving bij deze kerntaken.
Verbinden
Onze samenleving is heel gevarieerd. Er kunnen ontwikkelingen zijn die de veerkracht van een samenleving flink op de proef stellen. Het gemeentebestuur zet zich in voor vreedzaam samenleven.
Concreet:
 Het gemeentebestuur is er voor de hele samenleving. Het algemeen belang gaat voor het persoonlijke belang.
 Het gemeentebestuur maakt zich hard voor de meest kwetsbaren.
 Het gemeentebestuur streeft ernaar dat iedereen veilig is.
 Het gemeentebestuur zoekt naar verbindingen.
Zichtbaarheid
De gemeente is de overheid die het dichtst bij de burger staat. Gemeentebesturen zijn daarom zichtbaar, bekend en benaderbaar.


9


Concreet:
 Er is heldere communicatie en uitwisseling tussen besturen en burgers.
 Het gemeentebestuur is zichtbaar in de samenleving.
Integriteit
Vaak wordt er gediscussieerd over de vraag of publieke bestuurders integer handelen of niet. Die discussie ondergraaft het vertrouwen in en het gezag van bestuurders. Daarom is er een krachtig signaal nodig.
Concreet:
 Bestuurders zijn eerlijk en oprecht en willen zich altijd verantwoorden.
 Besturen spreken regelmatig op een vaste manier over integriteit van hun leden.
Samenwerking zoeken
Gemeenten zijn geen eilanden. Hun belangen overstijgen de fysieke grenzen. Daarom is samenwerking met andere gemeenten noodzakelijk.
Gemeenten hebben ook niet meer het alleenrecht op publiek gezag. De samenleving verandert sterk. Daardoor zijn ze steeds vaker een (belangrijke) deelnemer in een breed maatschappelijk netwerk.
Gemeenten worden meegenomen in een trend van schaalvergroting. Er ontstaan krachtige regio’s, die zich sterk naast en soms ook tegenover zelfstandige gemeenten laten gelden. Dat vraagt om een zorgvuldige positiebepaling.
Gemeenten kunnen zich dus niet meer alleen redden. Ze moeten samenwerken met hun omgeving. Voor de SGP zijn daarbij de volgende uitgangspunten belangrijk:
Bewaking van de identiteit
Iedere gemeente heeft haar eigen karakter. Daarmee onderscheidt zij zich van de omgeving. Inwoners herkennen zich in tradities en eigenschappen en zijn trots.
Concreet:
 Samenwerkingsvormen waardoor het gemeentelijke karakter verloren gaat, worden niet gesteund.
 Als samenwerking tot schaalvergroting leidt, wordt de eigenheid van de kleine gemeenschap zo veel mogelijk behouden.
Bundeling van krachten
Krachten worden gebundeld om er beter en samen sterker van te worden. Die meerwaarde moet aantoonbaar zijn of mag worden verwacht.
Concreet:
 Samenwerking moet duidelijk maatschappelijk voordeel hebben.
 Als er autonomie ingeleverd moet worden, moet dat in balans zijn met de winst aan bestuurlijke kracht.


10


Verbonden in netwerken
De gemeente is een belangrijke partij in het netwerk van maatschappelijke organisaties. Een belangrijk onderscheid is dat gemeenten overheidsbevoegdheid hebben. Toch maken steeds meer gemeentebesturen een terugtrekkende beweging, om meer ruimte te geven aan maatschappelijke initiatieven.
Concreet:
 Het gemeentebestuur doet mee in de fijnmazige netwerken van onze samenleving.
 Het gemeentebestuur geeft ruimte aan maatschappelijk initiatief.


11


4. Veiligheid
Veiligheid is een van de belangrijkste zaken in onze samenleving. Burgers willen veiligheid in hun huis, in hun wijk, in het verkeer, op school en op het werk. Veiligheid is een van de kerntaken van de overheid. De politie draagt daarbij zorg voor de fysieke veiligheid.
De gemeente heeft een grote verantwoordelijkheid wat betreft het gevoel van veiligheid. Toch staat de gemeente daarin niet alleen. Ook corporaties, instellingen, ondernemers en burgers zelf zijn verantwoordelijk voor veilig wonen, werken en reizen. De SGP vindt het belangrijk om samen te werken aan veiligheid. Samen met partners en vrijwilligers moet het veiligheidsgevoel worden verbeterd. Inwoners en ondernemers willen steeds vaker meehelpen om criminaliteit en overlast te bestrijden. De gemeente ondersteunt initiatieven die meehelpen aan meer veiligheid.
Preventie
Preventie is het belangrijkst, daarna volgt handhaving. De gemeente straalt daadkracht uit in haar communicatie. Vandalisme, overlast en geweld tegen hulpverleners worden niet getolereerd.
Concreet:
 Bijzonder opsporingsambtenaren nemen politietaken waar en zetten zich in voor lokale prioriteiten.
 De gemeente heeft een fulltime bijzonder opsporingsambtenaar, die inzetbaar is op verschillende terreinen.
 Er wordt intensief ingezet op buurtpreventie, WhatsAppgroepen en AED-projecten.
 Er wordt voorlichting over sociale veiligheid georganiseerd op basisscholen.
 Er is extra zorg voor jeugd en gezinnen met complexe problemen.
 Intensieve inzet op matiging van alcoholgebruik door voorlichting en controle; geen alcohol op straat.
 Actief meedenken met ex-gedetineerden voor wonen en werk, om recidive te voorkomen.
Politie
Gemeenten krijgen steeds meer te maken met criminaliteit die hen ondermijnt. Criminaliteit verschuift van de stad naar het platteland. Drugsdelicten, (auto)criminaliteit en ondermijnende zakelijke activiteiten op bedrijventerreinen nemen toe. De SGP vindt dat de doelen van de Nationale Politie moeten worden gebundeld met gemeentelijke doelstellingen: daardoor nemen de lokale mogelijkheden toe. Het is noodzakelijk om met alle partners samen te werken. De gemeente zorgt voor voldoende inzet van ambtenaren op het terrein van openbare orde en veiligheid.
De toegenomen maatschappelijke verantwoordelijkheid van gemeenten en de langer thuiswonende ouderen leveren nieuwe zorgvragen op. De gemeente werkt bij veiligheid en zorg samen met het Veiligheidshuis. Daardoor kunnen tijdig beschermingsmaatregelen worden toegepast. Verwarde personen hebben de extra aandacht van de gemeente en de hulpverlening.


12


Concreet:
 Wijkagenten zijn onmisbaar in de kernen/wijken. Zij zijn zichtbaar actief en betrokken.
 De gemeente heeft minimaal 1 steunpunt waar burgers de wijkagenten kunnen spreken.
 De gemeenteraad bepaalt lokale prioriteiten, zoals ondermijnende criminaliteit, woninginbraken en overlast van drugshandel.
 De gemeente hanteert een streng drugsbeleid en staat geen coffeeshops toe.
 Meer ruimte voor opsporing lokale criminaliteit in samenwerking met wijkagenten.
 De gemeente zet zich maximaal in voor het realiseren van de aanrijtijden van politie, ambulance en brandweer.
 Aanrijtijden van hulpdiensten worden jaarlijks in de gemeenteraad besproken.
 Bij vergunningverlening wordt streng getoetst op het (crimineel) verleden van de aanvrager.
Brandweer
Brandweer en ambulancezorg zijn belangrijke schakels in de zorg en veiligheid voor burgers. Er zijn regionale samenwerkingsverbanden, maar de gemeente moet volop aandacht aan dit thema blijven geven.
Concreet:
 Het gemeentebestuur houdt goed contact met brandweervrijwilligers en stimuleert werving van nieuwe vrijwilligers.
 Bij een ramp of crisis is de gemeente volledig voorbereid op haar taken. Voorbereiding, samenwerking en oefeningen verdienen veel aandacht.
Asielbeleid
De instroom van vluchtelingen stelt de gemeente voor uitdagingen. Er zal worden gezorgd dat er een plaats is voor vergunninghouders. De SGP vindt dat deze nieuwe inwoners door de gemeente serieus moeten worden begeleid. Vrijwilligers kunnen helpen met werk, school en vrijetijdsbesteding. Ook de plaatselijke kerken moeten omzien naar deze inwoners met hun kinderen.
Concreet:
 christelijke barmhartigheid voor vluchtelingen en vergunninghouders.


13


5. Verkeer en vervoer
Het verkeer blijft om aandacht vragen. Nog steeds neemt het aantal auto’s toe. De SGP vindt dat de belangrijke doorgaande verkeersstromen zo veel mogelijk buiten de woonkernen om moeten worden geleid. Het openbaar vervoer (ov) moet op peil blijven of verbeteren. Het fietsverkeer kan worden geoptimaliseerd. De SGP zet sterk in op de verduurzaming van het vervoer.
Concreet:
 Actuele verkeersknelpunten (Vroonlandseweg en Aldi-terrein) moeten met spoed worden aangepakt om de bereikbaarheid te vergroten. Ook knelpunten in een goede doorstroming van het autoverkeer moeten worden aangepakt.
 Behoud van het huidige aanbod en de huidige kwaliteit van het openbaar vervoer.
 Fietsen moet worden gestimuleerd door een optimale ontsluiting van woonwijken.
 Er moet speciale aandacht zijn voor veilige fiets- en wandelroutes van en naar de scholen en andere belangrijke centra.
 De verkeersveiligheid moet worden gegarandeerd door wegen duurzaam en veilig in te richten. Er moet gedegen onderzoek komen naar de inrichting van de wegen in de 30km-zones.
 Er moet samen met maatschappelijke organisaties, scholen en bedrijven aan goed verkeersgedrag worden gewerkt, bijvoorbeeld door:
o theorie- en praktijkexamens op scholen;
o scootmobielcursussen;
o cursussen voor senioren op elektrische fietsen;
o rijvaardigheidsdagen voor jonge automobilisten;
o wijkacties om gedragsveranderingen te realiseren.
 Er moeten (snel)laadpalen in de openbare ruimte worden geplaatst om elektrisch vervoer te stimuleren.


14


6. Economie
‘Economie’ is een belangrijk thema. Ons hele westerse samenlevingsmodel is gebaseerd op het kapitalistische groeimodel. De SGP vindt economie belangrijk, maar voor haar is de economie een middel en geen doel. De economie is nodig om in ons levensonderhoud te voorzien. Vanuit het Bijbels perspectief van rentmeesterschap is het onze verantwoordelijkheid om de schepping niet te laten lijden onder onze drang naar welvaart. Economische resultaten worden bij voorkeur met circulaire middelen behaald. De SGP vindt een sterke lokale economie met voldoende bedrijvigheid belangrijk. Daarmee zorgen we immers voor werkgelegenheid voor de inwoners van onze gemeente. En werk is een van de dingen die zorgen voor structuur en een sociaal netwerk. Daar heeft iedereen behoefte aan.
Concreet:
 Bedrijven aantrekken met werkgelegenheid die past bij de beroepsbevolking.
 Ruimtelijke keuzes maken met oog voor een goede balans tussen economie, milieu en werkgelegenheid.
 Zorgen voor goede communicatie tussen de gemeente en bedrijven.
 Nieuwe bedrijventerreinen bij voorkeur alleen nog aanleggen met herbruikbare grondstoffen.
De economie van de toekomst
De economie ontwikkelt zich razendsnel. Het is daarom belangrijk om niet vast te blijven houden aan de structuren van het heden en het verleden. We moeten op tijd de bakens verzetten en nieuwe ontwikkelingen volgen. Voorbeelden daarvan zijn bancaire systemen die vervangen worden door ‘blokchain’, nieuwe vormen van energie en vraaggericht 3D-printen. Het is belangrijk dat de lokale economie zich vroegtijdig bezint op deze ‘derde industriële revolutie’. Tegelijkertijd wordt de economie niet alleen globaler, maar ook regionaal. Daarom is het belangrijk om regionaal afgestemd beleid te hebben waarmee op deze ontwikkelingen kan worden ingespeeld.
Concreet:
 Constant in dialoog blijven met de lokale bedrijven, om in te kunnen spelen op de nieuwe economie.
 Innovatie stimuleren door fondsen en faciliteiten.
 Toekomstgerichte innovatieve bedrijven aantrekken door een regionaal samenhangend beleid.
 De gemeente neemt actief deel aan Campus Zeeland en de ontwikkelingen uit het rapport-Balkenende.
 Ruimte voor streekeconomie: wat je dichtbij haalt, is lekker.
Zorg voor ondernemers
Zelfstandige ondernemers in het midden– en kleinbedrijf zijn de ruggengraat van onze economie. Zij verdienen de steun van de gemeentelijke overheid. Dat kan door hen te


15


faciliteren en goed met hen te communiceren. Ook moeten ze voorzien worden van goede locaties om stabiele groei mogelijk te maken.
Regels zijn er om deze bedrijven te beschermen en te reguleren, niet om ze te belemmeren. Dat moet de insteek van alle regelgeving zijn.
Boeren en tuinders verdienen gemeentelijke steun. Zij zijn belangrijk voor onze voedselvoorziening en spelen een goede rol in natuurbeheer en het behoud van onze landschappen. Er moet ruimte zijn om hun bedrijf economisch gezond te houden. Regelgeving moet een steun in de rug zijn in plaats van een stok tussen de spaken.
Concreet:
 Er moet een bedrijfscontactfunctionaris zijn aan wie bedrijven al hun vragen kunnen stellen.
 Nieuwe bedrijven worden ontvangen met een ‘rodeloperbenadering’, zodat zij snel alle procedures en processen kunnen doorlopen.
 Lokale ondernemers moeten actief geïnformeerd worden over nieuwe financieringsvormen, zoals crowdfunding.
 Regels moeten eenduidig , beschermend en terughoudend zijn.
 Er moet een soepel beleid zijn voor boeren en tuinders, om deze voedselvoorzieners te behouden.
Visie op arbeidsmarkt
De SGP wil de lokale economie stimuleren om een sociale arbeidsmarkt met werk voor de inwoners van onze gemeente te creëren. Daarom verwacht zij van de lokale bedrijven dat die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. De nieuwe economie van internetwinkelen, 3D-printen, blockchain en robotisering vraagt om een bezinning op arbeid. Er komt een verschuiving aan van banen naar (maatschappelijke) taken.
Het is op lokaal niveau belangrijk om taken gelijk te waarderen. Niet alleen betaald werk is waardevol; de SGP vindt zorg, ondersteuning en vrijwilligerswerk even nuttige maatschappelijke bijdragen. Deze moeten daarom gestimuleerd en gewaardeerd worden.
Concreet:
 een grotere waardering voor onbetaald werk, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg;
 voldoende werkgelegenheid in de regio voor alle opleidingsniveaus;
 samenwerking met de sociale dienst en het UWV bij het vervullen van vacatures;
 een goed lokaal of regionaal onderwijsaanbod dat aansluit op de arbeidsmarkt.
Zondagsrust
Bij lokale economie en een sociale arbeidsmarkt hoort ook rust op zijn tijd, of beter gezegd: op Zijn tijd. God heeft in Zijn wijsheid ons de zegen van een collectief rustmoment gegeven: de zondag – een dag om Hem te dienen en om te rusten van al onze arbeid. En dat is niet knellend of beperkend, want een uitgerust mens produceert en functioneert beter.
Concreet:
 de zondag als collectief rustmoment in onze economie.


16


7. Onderwijs
Goed onderwijs is erg belangrijk voor de ontwikkeling van burgers en van de samenleving. Het Rijk is verantwoordelijk voor goed onderwijs en voor toezicht op de onderwijskwaliteit. De gemeente heeft vooral een belangrijke rol bij het scheppen van goede randvoorwaarden. De gemeente heeft daarom een taak bij lokaal onderwijsbeleid, passend onderwijs, leerlingenvervoer, nieuwbouw en uitbreiding van scholen, het tegengaan van onderwijsachterstanden en toezicht op de leerplicht. Het is goed dat gemeenten zich betrokken voelen op het onderwijs in hun dorp of stad. De professionele ruimte van scholen moet daarbij voorop blijven staan. De SGP vindt de vrijheid van onderwijs absoluut leidend.
Onderwijshuisvesting
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding van scholen.
Concreet:
 In het integraal huisvestingsplan (IHP) beschrijven schoolbesturen en gemeenten de huisvestingsvoorzieningen die nodig zijn. Daarin wordt ook gezocht naar afstemming op beleid voor leerlingenvervoer en passend onderwijs.
 Het duurzamer maken van schoolgebouwen heeft prioriteit.
 Scholen voor regulier onderwijs hebben vanwege passend onderwijs soms aanpassingen in de huisvesting nodig. Daar moet ruimte voor zijn.
 Het gemeentebestuur en de scholen vormen samen een visie op de volledige decentralisatie van de onderwijshuisvesting.
 De gemeente mag niet ‘sturen’ met onderwijsgebouwen. Scholen en besturen bepalen zelf of ze samenwerken of zelfs samengaan.
Onderwijsachterstanden tegengaan
Gemeenten bieden speciale programma’s aan om kinderen met een onderwijsachterstand te helpen. Ze krijgen daar ook geld van het Rijk voor. De SGP wil laaggeletterdheid en taalachterstanden effectief aanpakken. Het bevorderen van leesgedrag onder jonge kinderen is hierbij een belangrijk middel.
Concreet:
 Bij afspraken over resultaten van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) staat de inzet van scholen centraal. Gemeenten schrijven geen leeropbrengsten of didactische middelen, zoals een Citotoets, voor aan scholen.
Thuiszitters en thuisonderwijs
Ieder kind is leerplichtig. Daarom is het onwenselijk dat er nog duizenden kinderen in Nederland thuiszitten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht op de Leerplichtwet. De problemen met thuisblijvende kinderen zijn vaak complex. Toch wil de SGP thuiszitten zo veel mogelijk terugdringen en voorkomen. De SGP realiseert zich dat de


17


school soms tijdelijk of definitief niet de juiste ontwikkelomgeving kan zijn. Het is dan belangrijk dat er in andere instellingen doelgericht gewerkt wordt aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren.
Concreet:
 Onderwijs en jeugdhulp moeten intensief samenwerken om thuiszitten te voorkomen. Daarbij moet er oog zijn voor de complexe problemen.
 De gemeente zorgt ervoor dat er geen wachtlijsten zijn bij zorgaanbieders die complexe problemen bij kinderen en jongeren behandelen.
 Er is goede begeleiding nodig voor leerlingen die vanuit een instelling terugkeren naar het onderwijs.
 De gemeente houdt zich bij de toetsing van het recht op vrijstelling aan de sobere kaders die de wet stelt.
Leerlingenvervoer
Gemeenten betalen onder bepaalde voorwaarden (een deel van) het vervoer van leerlingen. Dit geldt voor leerlingen die door een beperking niet zelfstandig naar een passende school kunnen of voor leerlingen die verder moeten reizen omdat er geen school met een passende identiteit in de buurt is. De SGP vindt het zogeheten ‘signatuurvervoer’ belangrijk. Door de komst van passend onderwijs hoeven leerlingen soms minder ver te reizen. De gemeente stelt zich royaal op en werkt voortvarend mee bij de vergoeding van leerlingenvervoer aan pleegouders. Dat geldt zeker in het kader van een maatregel van kinderbescherming.
Onderwijs en zorg
Sommige leerlingen hebben naast ondersteuning in het onderwijs ook aanvullende zorg nodig. Ze kunnen zich bijvoorbeeld fysiek of mentaal niet alleen redden op school. Onderwijszorgarrangementen regelen een combinatie van onderwijs en zorg op school.
Concreet:
 Burgers mogen bij onderwijszorgarrangementen niet van het kastje naar de muur worden gestuurd. De overheid is een betrouwbare partner en een vangnet. De gemeente zorgt vanwege de garantiefunctie van de overheid dat er altijd voldoende passend onderwijs in de openbare scholen beschikbaar is.
 Zorgaanbieders moeten passen bij de identiteit van leerlingen, ouders en school. Dat geldt niet alleen voor geïndiceerde, maar ook voor kortdurende zorg.
Integrale kindcentra
Op veel plekken in het land worden IKC’s ontwikkeld. Dit zijn voorzieningen voor kinderen van 0 tot 12 jaar. IKC’s bieden scholen de kans om leerlingen vroeg bij de (identiteit van de) school te betrekken. Ook kunnen ze een goede doorlopende leerlijn bieden. Integrale kindcentra kunnen een goed instrument zijn om onderwijsachterstanden te bestrijden en sociale cohesie te bevorderen. Scholen mogen niet worden gedrongen of gedwongen om zich om te vormen tot een IKC of brede school.


18


Concreet:
 Maatschappelijke initiatieven zoals peuterspeelzalen worden niet onnodig gehinderd door regels. De gemeente verstrekt ook subsidie aan peuterspeelzalen die niet onder de eisen van de Wet kinderopvang vallen.


19


8. Sport, cultuur en recreatie
De SGP wil een samen-leving, niet een naast-elkaar-leving. Cultuur en cultuurgeschiedenis kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Dat geldt ook voor verantwoord samen recreëren en sporten.
Sport
De SGP ziet de positieve kanten van sport. Zij wil deze ondersteunen door als gemeente goede faciliteiten en accommodaties te bieden. Recreatieve sport kan een positieve bijdrage leveren aan de vorming en gezondheid van de jeugd. Ook heeft sport voordelen voor de volksgezondheid en voor sociale verbanden.
Ouderen en gehandicapten verdienen extra aandacht. Daarom ziet de SGP een rol voor de overheid in het bevorderen van breedtesport. De SGP vindt dat topsport geen taak van de overheid is. Ook hecht de SGP aan de zondagsrust. Daarom wordt zondagssport afgewezen. De SGP vindt het positief dat gemeentelijke sportvoorzieningen zelfstandig worden gemaakt.
Concreet:
 Stimuleren van sport, spel en gezondheid via scholen.
 Faciliteren van breedtesport.
 Ondersteunen van maatschappelijke initiatieven en sportverenigingen door voldoende, goede en duurzame sportvoorzieningen.
 Geen sportevenementen op de zondag.
Cultuur
De SGP vindt cultuurbeleving belangrijk. Het stimuleren van sociaal-culturele activiteiten kan daaraan bijdragen. Culturele activiteiten moeten ontstaan uit particulier initiatief. De gemeente vervult daarbij wel een stimulerende en ondersteunende rol. Evenementen en cultuuruitingen moeten altijd bij de goede zeden passen; ze mogen niet aanstootgevend zijn.
Concreet:
 Er moet gezorgd worden voor een moderne, toegankelijke bibliotheek met bijbehorende maatschappelijke voorzieningen.
 Scholen moeten worden ondersteund bij natuur- en cultuureducatie en moeten daarbij ruimte krijgen voor een eigen invulling die bij de identiteit van de school past.
Archeologie en erfgoed
Archeologie en erfgoed zijn verbonden met de lokale identiteit van dorp, stad en streek. Wanneer monumenten en cultuurhistorisch erfgoed worden behouden, wordt de gemeente


20


aantrekkelijk voor inwoners en toeristen. De rijke geschiedenis moet zichtbaar zijn in de bebouwing, maar ook in de openbare ruimte en in het cultuurlandschap.
Concreet:
 Waardevolle historische elementen en plaatsen worden behouden en zijn zichtbaar.
 Cultuurhistorische verenigingen worden ondersteund door de gemeente.
 Cultuurhistorisch erfgoed wordt behouden door middel van herbestemming.


21


9. Sociaal domein
De SGP komt op voor de zwakkeren in de samenleving. Zij ziet om naar mensen in kwetsbare omstandigheden. Deze mensen moeten vanuit Bijbelse naastenliefde zorg en ondersteuning of zelfs bescherming ontvangen. Kerken, scholen en andere maatschappelijke instellingen moeten intensief worden betrokken bij gemeentelijk beleid in het sociaal domein.
Jeugdzorg
Jongeren moeten gezond en veilig opgroeien in een gezin. Ze moeten vanuit een gezond verantwoordelijkheidsbesef volop meedoen in de samenleving. Daarom wil de SGP investeren in de jeugd. Er moeten goede voorzieningen en netwerken worden geboden. Daardoor is meer preventie, eerdere ondersteuning, integrale hulp en gebruik van de eigen kracht van jongeren en hun ouders mogelijk.
Concreet:
 De pleegzorg moet gestimuleerd en optimaal gefaciliteerd worden.
 Zorgvoorzieningen moeten daadwerkelijk dichter bij de burger komen.
 Er moet een laagdrempelig en toegankelijk centrum voor Jeugd en Gezin komen. Dit moet actief deelnemen aan sociale wijkteams, zodat het dicht bij de mensen komt en signalen vroegtijdig oppikt.
 Jeugd- en jongerenwerk moeten worden ondersteund. Maatschappelijke organisaties en kerken moeten de ruimte krijgen om dit op hun eigen manier in te vullen.
 Zorgvragers in de jeugdzorg moeten keuzevrijheid hebben. Daardoor wordt rekening gehouden met de levensovertuiging van ouders en jongeren.
 Er moet zorgvuldig worden omgegaan met de financiële risico’s van de decentralisatie. De kwaliteit van zorg mag niet onder druk komen te staan omdat een zo groot mogelijke korting moet worden behaald.
 De overgang van Jeugdwet naar Wmo (van 18- naar 18+) moet zo geruisloos mogelijk verlopen.
 Geld dat voor jeugdzorg bedoeld is, wordt zo veel mogelijk ingezet voor jeugdzorg.
Zorg en welzijn (Wmo)
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) legt veel verantwoordelijkheid neer bij de burgers. De zorg is bedoeld voor (kwetsbare) medeburgers en hun leefomgeving. Daarbij biedt de gemeente ondersteuning, begeleiding en verzorging aan huis.
De SGP pleit voor een ruimhartig beleid. Er moeten voorwaarden worden geschapen, zodat de burger zijn eigen verantwoordelijkheid neemt en solidair is met mensen met een (psychiatrische) handicap en/of langdurige zorgbehoefte.


22


Concreet:
 De SGP wil een optimale keuzevrijheid binnen de Wmo, zodat de burger de hulp kan kiezen die bij hem past.
 Lokaal actieve maatschappelijke organisaties en initiatieven op het gebied van zorg en welzijn moeten ondersteund worden.
 Er moeten laagdrempelige en toegankelijke sociale wijkteams zijn, die dicht bij de mensen werken en direct ondersteuning en hulp kunnen bieden.
 Vrijwilligerswerk en mantelzorg moeten worden gestimuleerd en ondersteund.
 Er moeten goede voorzieningen zijn voor psychosociale hulp. Daarbij moet keuzevrijheid zijn, zodat kan worden gekozen voor een instelling die past bij de levensbeschouwing.
Werk en inkomen
De Bijbel besteedt veel aandacht aan werk. Al aan het begin van de schepping geeft God de opdracht om een goed beheerder en rentmeester te zijn van de aarde. Werk is en blijft dus een Goddelijke roeping. Voor de SGP is betaald en onbetaald werk gelijkwaardig. Niet alleen betaald werk is waardevol: zorg, ondersteuning en vrijwilligerswerk moeten als even nuttige maatschappelijke bijdragen worden gestimuleerd en gewaardeerd. De arbeidsparticipatie moet dan ook niet met allerlei regelingen worden opgevoerd. Wel is iedereen zelf verantwoordelijk voor zijn of haar inkomen.
De SGP heeft een groot hart voor mensen die door omstandigheden niet kunnen werken. Mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (langdurig werklozen, gehandicapten, bijstandsgerechtigden) worden door de gemeente actief geholpen. Daarbij werkt zij nauw samen met werkgevers in de gemeente en de regio en met de sociale werkplaats. Als werken onmogelijk is of als er geen werk te vinden is, moet de gemeente in een inkomen voorzien. Een uitkering is dus een vangnet, geen hangmat.
Burgers die van een wettelijk sociaal minimum moeten rondkomen, hebben het zwaar. Zij kunnen bij de SGP rekenen op een ruimhartig minimabeleid. De SGP wil alle wettelijke mogelijkheden maximaal benutten, maar burgers moeten niet gevangen worden gehouden in een uitkering omdat werken financieel minder aantrekkelijk is dan een uitkering.
Concreet:
 Gemeenten moeten samen met bedrijven leer-werkplekken organiseren, waar burgers werkervaring kunnen opdoen.
 Van burgers die een uitkering ontvangen, mag een 'tegenprestatie' worden verwacht. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van vrijwilligerswerk op een werkervaringsplek.
 De (jeugd)werkloosheid moet, in samenwerking met het bedrijfsleven, actief worden aangepakt.
 Burgers met een arbeidsbeperking moeten in samenwerking met het (speciaal) onderwijs en het bedrijfsleven actief naar leer-werkplekken of naar een dagbesteding worden begeleid.
 Er moet een goede aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt worden gestimuleerd en ondersteund. Dit kan onder meer door ondernemers en


23


onderwijsinstellingen te laten samenwerken en door leerlingen actief kennis te laten maken met het regionale bedrijfsleven.
 Actieve inzet op schuldhulpverlening is nodig. Maatschappelijke organisaties die daarin actief zijn, moeten worden ondersteund.
 De gemeente moet een ruimhartig minimabeleid hebben. Actieve armoede-bestrijding, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, ruimhartige verlening van bijzondere bijstand en een ziektekostenverzekering voor minima behoren tot de mogelijkheden.
 Maatschappelijke organisaties die actief zijn op het gebied van armoedebestrijding en eenzaamheid verdienen ondersteuning. Voorbeelden zijn de Voedselbank, stichting Present, stichting Schuldhulpmaatje, de NPV en het Leger des Heils.
 De gemeente (sociale dienst) en het UWV moeten één werkgeversbenadering kennen om werkzoekenden aan een baan te helpen.
 Onbetaald werk, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg, verdient waardering.
 Vrijstelling van sollicitatieplicht voor alleengaanden met jonge kinderen en voor mensen met een zieke partner.
 Een armoedeval moet worden voorkomen door werken financieel aantrekkelijker te laten zijn dan een uitkering.

 

24


10. Volksgezondheid en milieu
Rentmeesterschap is een van de centrale gedachten van de SGP. We moeten goed omgaan met de schepping en de volksgezondheid. Een duurzame samenleving, waarbij kinderen en kleinkinderen niet worden belast met de negatieve effecten van onze generatie, is erg belangrijk. Milieuregels worden bij voorkeur (inter)nationaal gemaakt. De SGP zal gemaakte afspraken respecteren en nastreven.
Volksgezondheid
De volksgezondheid moet een punt van aanhoudende zorg van de overheid zijn. Het is voor ons bruto nationaal geluk belangrijk dat welvaart en welzijn met elkaar in balans zijn. De gemeentelijke overheid kan veel voor haar burgers betekenen door in volksgezondheid en welzijn te investeren.
Concreet:
• een gemeentelijk gezondheidsplan met concrete doelstellingen voor bewegen en voor het simuleren van een gezonde levensstijl;
• voorlichting op scholen over bewegen, gezonde voeding en gevaren van verslaving, waarbij scholen zelf kiezen welke vorm het beste bij hen past.
Milieu en leefomgeving
We moeten zorgvuldig omgaan met de natuur. We hebben de taak om Gods goede schepping te bouwen en te bewaren. Een schoon milieu heeft daarom de aandacht van de SGP. We kunnen immers lokaal het grootste verschil maken.
Concreet:
 Er moeten draaiboeken zijn voor lange perioden van hitte en droogte, evenals voor langdurige natte perioden.
 Er moet meer groen in gebouwde omgevingen worden bevorderd.
 De luchtkwaliteit kan worden verbeterd door goede voorlichting over houtrook en verantwoord stoken.
 De luchtkwaliteit kan worden verbeterd door het openbaar vervoer te stimuleren.
Beheer van openbare ruimte
Het is belangrijk om de leefomgeving op een goed kwaliteitsniveau te houden. Onder het beheer van openbare ruimte vallen water, verhardingen, openbare verlichting, groen en speelvoorzieningen. Het beheer moet, waar mogelijk, integraal gebeuren. Bij werkzaamheden en groot onderhoud aan wegen en riolering moet de openbare ruimte een kwaliteitsimpuls krijgen. Bomen, struiken en plantsoenen bevorderen de leefbaarheid in de gemeente; daarom verdient groen extra aandacht.


25


Concreet:
 Onderzocht moet worden hoe openbare ruimte zo effectief en efficiënt mogelijk kan worden uitgevoerd. Waar mogelijk moet betrokkenheid van burgers worden gestimuleerd.
 Water moet zuiver blijven. Overlast moet op een goede manier worden voorkomen.
 Openbare verlichting moet duurzaam worden.
 Er moet minder lichtvervuiling zijn. ‘Hotspots’ op bedrijventerreinen moeten worden aangepakt.
 Waardevolle natuur moet behouden blijven.
 Er moet specifiek bomenbeleid komen met aandacht voor bestaande bomen, kapbeleid, onderhoud en soortkeuze.
 De bestrijding van de honden- en kattenoverlast heeft prioriteit. Binnen de bebouwde kom zijn loslopende honden en katten niet toegestaan in de openbare ruimte. De eigenaars worden actief gecontroleerd op het opruimen van uitwerpselen.
 Speelterreinen en speeltoestellen moeten op een goede manier over de gemeente worden verdeeld: kinderen moeten op loopafstand kunnen spelen en bewegen.
 De ondergrond van speelterreinen moet onaantrekkelijk zijn voor dieren.
 Overhangend groen moet worden verwijderd, zowel door de gemeente als door de inwoners.
Milieu en afval
Burgers en bedrijven produceren enorm veel afval. Daar moeten ze zich bewust van zijn. De SGP vindt dat de vervuiler moet betalen. Natuurlijk is er goed toezicht op de naleving van wetten en regels.
Concreet:
 Bij afvalinzameling moet het milieurendement verder worden verbeterd. Daarom moeten afvalstromen optimaal worden gescheiden, tegen aanvaardbare kosten voor de burger. Het serviceniveau moet minimaal gelijk blijven.
 Er moet beleid worden gemaakt voor het omgaan met luiers in de afvalstroom. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot deelnemen aan een landelijk initiatief of tot gratis inleveren bij de milieustraat.
Duurzame energievoorziening
De vraag naar energie stijgt. Fossiele energiebronnen op aarde raken op. Daarom wil de SGP een actieve bijdrage leveren aan energiebesparingen. Ook wil zij rendabele, duurzame energiebronnen inzetten. We zijn immers rentmeester.
Voor de energievoorziening geldt eveneens dat de vervuiler moet betalen.
Concreet:
 Integrale aanpak van duurzaamheid door middel van landelijk en lokaal klimaatbeleid.
 De gemeente moet zelf het goede voorbeeld geven door duurzame gemeentelijke gebouwen en scholen en door andere initiatieven.


26


 Burgers moeten erbij worden betrokken door middel van stimuleringsregelingen voor energiebesparing in bestaande woningbouw.
 Het bedrijfsleven moet door handhaving van de Wet milieubeheer worden gestimuleerd om duurzamer te worden.
 Investering in duurzame energiebronnen is nodig. Ook moet de ruimtelijke omgeving duurzaam worden ingericht.
 Er moet draagvlak vanuit de samenleving komen voor verduurzamende maatregelen.
 Er moet ruimte worden gemaakt voor alternatieve energievoorziening.
 Energiecorporaties van inwoners moeten worden ondersteund. Gemeenten kunnen eventueel in deze corporaties investeren.
27
11. Volkshuisvesting, ruimtelijke or-dening en stedelijke vernieuwing
Wonen en werken zijn belangrijke onderwerpen in de gemeenteraad. Daarbij is een evenwichtig woningaanbod belangrijk: mede daardoor wordt de gemeente aantrekkelijk voor inwoners. Er moet oog zijn voor de verhouding tussen huur- en koopwoningen en voor de verschillende prijsklassen van de koopwoningen.
Het ruimtelijk beleid van de SGP is gebaseerd op Bijbels rentmeesterschap. Bij uitbreiding van een stad of dorp moeten ook de inbreidingsmogelijkheden worden bekeken. Verduurzaming van de ruimtelijke ordening is een leidend principe. Ontwikkelingen moeten passen bij de identiteit van de woonomgeving.
Nederland heeft een rijke geschiedenis. Dat is te zien aan historische gebouwen met diverse bouwstijlen en aan archeologische vondsten en cultuurlandschappen. Gemeenten en landschappen krijgen hierdoor karakter en een aantrekkelijk woon- en leefmilieu. De SGP wil ruimte bieden, met respect voor deze waarden.
Wonen, leren en werken moeten integraal worden benaderd. Door werk in een regio, het gemiddelde opleidingsniveau van inwoners en de aanwezige onderwijsvoorzieningen te combineren, kunnen specifieke huisvestingsopgaven ontstaan. Ook kan zo krimp in de landelijke gebieden mogelijk bestreden worden.
Ruimtelijke ordening
De Omgevingswet wordt ingevoerd. Die biedt een kans om lokale beleidsruimte te ontwikkelen. Initiatiefnemers moeten meer verantwoordelijkheid krijgen om draagvlak voor nieuwe bouwontwikkelingen te vinden. Bij grootschalige ontwikkelingen zoals bedrijventerreinen vindt de SGP regionale samenwerking een voorwaarde. Zij wil als rentmeester altijd zuinig omgaan met de open ruimte.
Concreet:
 De omgevingsvisie moet snel worden opgesteld. Daarbij moet ruimte zijn voor opvattingen van de gemeenteraad.
 Welstandseisen kunnen worden versoepeld of gedeeltelijk worden afgeschaft, zonder dat het belang van cultuurhistorische aspecten wordt aangetast.
 De uitbreiding van bedrijventerreinen is gekoppeld aan revitalisering van bestaande terreinen.
Volkshuisvesting
Er moet evenwicht zijn om alle doelgroepen te kunnen laten wonen. Afstemming met de omliggende gemeenten is belangrijk; demografische ontwikkelingen houden namelijk niet op bij de gemeentegrenzen. Diversiteit, bereikbaarheid en betaalbaarheid van woningen moeten in balans zijn of in balans worden gebracht. Ook nieuwe woonvormen verdienen de aandacht, omdat de woonwensen van inwoners kunnen veranderen. De bestaande koop- en


28


huurwoningen moeten worden verduurzaamd. Nieuwe woningen moeten energieneutraal worden gebouwd. Leegstaande kantoren krijgen een herbestemming als woonruimtes voor bijvoorbeeld studenten of statushouders.
Concreet:
 Er worden met woningcorporaties concrete afspraken gemaakt over de beschikbaarheid van voldoende betaalbare huurwoningen.
 Er komt een aanpak om de bestaande koop- en huurwoningen duurzamer te maken.
 Er is extra aandacht voor doelgroepen zoals starters, senioren met een laag inkomen en statushouders.
 De gemeente biedt statushouders geen voorrangsstatus, maar zorgt zo veel mogelijk voor passende woonruimte (al dan niet een zelfstandige woning).
 De ontwikkeling van mantelzorgwoningen wordt maximaal ondersteund; er is een redelijke toets op de zorgbehoefte van betrokkenen.
Stedelijke vernieuwing
Stedelijke vernieuwing of dorpsvernieuwing krijgt prioriteit boven uitbreiding van een dorp. De SGP vindt zuinig ruimtegebruik en het bundelen van woningen met bestaande voorzieningen belangrijk. Vernieuwing van de volkshuisvesting moet impulsen geven aan de sociale huursector en aan het dichterbij brengen van zorg- en welzijnsvoorzieningen voor de groeiende groep ouderen.
Concreet:
 Dorpsvernieuwing moet proactief worden aangepakt met alle betrokkenen.
 Bij dorpsvernieuwing moet zorgvuldig worden omgegaan met monumenten.
 Er moet extra aandacht zijn voor voorzieningen voor ouderen die hiervan afhankelijk zijn.